MARI

Showing posts with label psychologie. Show all posts
Showing posts with label psychologie. Show all posts

Tuesday, January 27, 2009

De ideale boekhouder


Ja hoor, de eerste post ter attentie van de 'directie van Verhaallijnen' is binnen. Mijn inschrijving in het openbare register van de Kamer van Koophandel is dus niet onopgemerkt gebleven.

De vraag is natuurlijk wat bedrijven doen met mijn gegevens en die van andere startende ondernemers. Sturen ze je een massamailing, die direct in de bak met oud papier belandt? Of weten ze je te verrassen met iets origineels? De bank die mijn vermogensbeheer wil gaan regelen en het bureau dat de kredietwaardigheid van mijn leveranciers gaat onderzoeken, behoren tot de eerste categorie. Mijn bedrijfsactiviteiten zijn nog heel pril, dus laat dat vermogensbeheer nog maar even zitten.

Een eigenaar van een klein administratiekantoortje wist mij echter langer te boeien dan ik van te voren ingeschat had. Deze man stuurde me een vlot geformuleerde brief vol heldere tips over boekhouders, accountants en hoe je daarbij een goede keuze maakt. Als lezer zette ik mij schrap voor de mededeling dat de afzender van de brief in dat licht natuurlijk de ideale boekhouder is. Die mededeling kwam ook wel, maar pas in de laatste twee zinnen. Bovendien legde hij die keuze in handen van mij als lezer, want hij had net betoogd dat het goed moet klikken tussen de boekhouder en zijn klant. Tegen die tijd had hij met zijn bruikbare wetenswaardigheden al zoveel sympathie opgewekt, dat ik zelfs bereid was om dit stukje te schrijven. En dat is opmerkelijk, want eerlijk gezegd had ik al een andere boekhouder op het oog!

Zijn brief maakt me vooral nieuwsgierig naar de vraag wát mij precies zo aantrok. Ook deze brief is immers een massamailing, maar hij weet er toch bovenuit te springen. Het zit 'm in ieder geval in zijn frisse taalgebruik, want administratiekantoren zijn er vooral goed in om je te overdonderen met boekhoudjargon. Maar het is toch vooral de persoonlijke aanpak van hem en zijn echtgenote. Na het lezen van dit schrijfsel zie ik onmiddellijk voor me hoe ik bij dit echtpaar aanschuif aan de houten tafel in hun kantoortje aan huis om kennis te maken. Voordat ze me hun werkwijze uit de doeken doen, krijg ik een mok senseo-koffie voorgeschoteld met een koekje erbij. Ze wijzen me op de brievenbus, waar ik gewoon de bonnetjes en de facturen in een envelopje naar binnen kan schuiven. Net voordat ik vertrek, komt er een grote hond kwispelend binnen gewandeld. Da's mooi, want als ze mij naar de voordeur begeleiden, lijnen ze meteen de hond aan voor een wandelingetje.

Laat die aanspreektitel als directie maar zitten. Wie mijn hart wil winnen, moet juist een heel persoonlijke toon aanslaan.

De ideale boekhouder


Ja hoor, de eerste post ter attentie van de 'directie van Verhaallijnen' is binnen. Mijn inschrijving in het openbare register van de Kamer van Koophandel is dus niet onopgemerkt gebleven.

De vraag is natuurlijk wat bedrijven doen met mijn gegevens en die van andere startende ondernemers. Sturen ze je een massamailing, die direct in de bak met oud papier belandt? Of weten ze je te verrassen met iets origineels? De bank die mijn vermogensbeheer wil gaan regelen en het bureau dat de kredietwaardigheid van mijn leveranciers gaat onderzoeken, behoren tot de eerste categorie. Mijn bedrijfsactiviteiten zijn nog heel pril, dus laat dat vermogensbeheer nog maar even zitten.

Een eigenaar van een klein administratiekantoortje wist mij echter langer te boeien dan ik van te voren ingeschat had. Deze man stuurde me een vlot geformuleerde brief vol heldere tips over boekhouders, accountants en hoe je daarbij een goede keuze maakt. Als lezer zette ik mij schrap voor de mededeling dat de afzender van de brief in dat licht natuurlijk de ideale boekhouder is. Die mededeling kwam ook wel, maar pas in de laatste twee zinnen. Bovendien legde hij die keuze in handen van mij als lezer, want hij had net betoogd dat het goed moet klikken tussen de boekhouder en zijn klant. Tegen die tijd had hij met zijn bruikbare wetenswaardigheden al zoveel sympathie opgewekt, dat ik zelfs bereid was om dit stukje te schrijven. En dat is opmerkelijk, want eerlijk gezegd had ik al een andere boekhouder op het oog!

Zijn brief maakt me vooral nieuwsgierig naar de vraag wát mij precies zo aantrok. Ook deze brief is immers een massamailing, maar hij weet er toch bovenuit te springen. Het zit 'm in ieder geval in zijn frisse taalgebruik, want administratiekantoren zijn er vooral goed in om je te overdonderen met boekhoudjargon. Maar het is toch vooral de persoonlijke aanpak van hem en zijn echtgenote. Na het lezen van dit schrijfsel zie ik onmiddellijk voor me hoe ik bij dit echtpaar aanschuif aan de houten tafel in hun kantoortje aan huis om kennis te maken. Voordat ze me hun werkwijze uit de doeken doen, krijg ik een mok senseo-koffie voorgeschoteld met een koekje erbij. Ze wijzen me op de brievenbus, waar ik gewoon de bonnetjes en de facturen in een envelopje naar binnen kan schuiven. Net voordat ik vertrek, komt er een grote hond kwispelend binnen gewandeld. Da's mooi, want als ze mij naar de voordeur begeleiden, lijnen ze meteen de hond aan voor een wandelingetje.

Laat die aanspreektitel als directie maar zitten. Wie mijn hart wil winnen, moet juist een heel persoonlijke toon aanslaan.

Thursday, December 25, 2008

Slimmer omgaan met ideeënmakers

Mensen die hemel en aarde bewegen om een idee tot uitvoering te brengen, fascineren mij. Als zij werkelijk overtuigd zijn van de waarde van hun idee, komt dat idee linksom of rechtsom wel tot uitvoering. J.K. Rowling vond aanvankelijk bij geen enkele uitgeverij gehoor voor haar Harry Potterboek. We weten allemaal hoe het afgelopen is met haar werk.

Toch vraag ik mij af waarom organisaties vaak zo wantrouwend reageren en vele goede ideeën afwijzen of negeren. Je zou zeggen dat organisaties juist staan te trappelen om mensen met nieuwe ideeën een kans te geven. Geen bedrijf of organisatie kan immers zonder goede ideeën. Europa heeft 2009 zelfs uitgeroepen tot het jaar van de creativiteit en innovatie.

Maar al zegt een organisatie innovatief te willen zijn, dan ontmoeten ideeënmakers nog steeds veel beren op te weg. Te veel werk, te duur en te vreemd: talrijke argumenten worden er uit de kast gehaald om een idee ter zijde te schuiven. Bij een zorgverzekeraar hoorde ik laatst zelfs het argument van 'te veel': de organisatie wierp een dam op tegen ideeën, omdat er meer aangeleverd werden dan uitgewerkt konden worden. Logisch dat niet iedere losse flodder op een warm onthaal kan rekenen, maar je zult maar net dat ene gouden idee mislopen.

Doorzettingsvermogen nodig
De mensen die écht een goed idee hebben, moeten in ieder geval het nodige doorzettingsvermogen ontwikkelen. Beroemd is het verhaal van Arthur Fry, de uitvinder van de post-it blaadjes. De marketingafdeling zag aanvankelijk helemaal niets in dit idee. Fry liet in het geheim en op eigen kosten een voorraad post-it-blaadjes maken. Hij gaf deze post-its aan de secretaresses van de directie van 3M, die de blaadjes vervolgens met groot enthousiasme gingen gebruiken. Na een poosje kwam een directeur zelf om de post-its vragen. Dát was het moment dat eindelijk het besluit viel om de post-its in productie te nemen.

Vergiffenis is gemakkelijker dan toestemming
Hoogleraar Matthieu Weggeman (kennis- en innovatiemanagement) stelt in Intermediair dat in dit soort gevallen enige burgerlijke ongehoorzaamheid onvermijdelijk is. Wie een idee heeft waar hij echt in gelooft, moet dat gewoon gaan uitwerken. Het is gemakkelijker te vragen om vergiffenis dan om te vragen voor toestemming.

Wat kunnen organisaties hier nou van leren? Ze moeten in ieder geval kijken naar de fanatieke werkers, die ook in hun privétijd met 'dingetjes' bezig zijn. Daar zitten de echt betrokken mensen, die méér willen dan alleen maar de doelen uit het doelengesprek te halen. Het stellen van doelen is sowieso niet erg productief om een organisatie vooruit te helpen, want die werken middelmatigheid in de hand. Een target moet immers wel gehaald worden, dus is het voor veel werknemers veiliger om een doel te kiezen dat vooral haalbaar is.

Een mooi idee zet de bedenker in vuur en vlam. Het is eenzelfde soort gevoel als verliefdheid. Het zou me niet verbazen als dezelfde soort hormonen aan het werk zijn. En die zouden ook wel eens de stuwkracht kunnen verklaren van ideeënmakers om ervoor te zorgen dat de liefde eindelijk beantwoord wordt!

Slimmer omgaan met ideeënmakers

Mensen die hemel en aarde bewegen om een idee tot uitvoering te brengen, fascineren mij. Als zij werkelijk overtuigd zijn van de waarde van hun idee, komt dat idee linksom of rechtsom wel tot uitvoering. J.K. Rowling vond aanvankelijk bij geen enkele uitgeverij gehoor voor haar Harry Potterboek. We weten allemaal hoe het afgelopen is met haar werk.

Toch vraag ik mij af waarom organisaties vaak zo wantrouwend reageren en vele goede ideeën afwijzen of negeren. Je zou zeggen dat organisaties juist staan te trappelen om mensen met nieuwe ideeën een kans te geven. Geen bedrijf of organisatie kan immers zonder goede ideeën. Europa heeft 2009 zelfs uitgeroepen tot het jaar van de creativiteit en innovatie.

Maar al zegt een organisatie innovatief te willen zijn, dan ontmoeten ideeënmakers nog steeds veel beren op te weg. Te veel werk, te duur en te vreemd: talrijke argumenten worden er uit de kast gehaald om een idee ter zijde te schuiven. Bij een zorgverzekeraar hoorde ik laatst zelfs het argument van 'te veel': de organisatie wierp een dam op tegen ideeën, omdat er meer aangeleverd werden dan uitgewerkt konden worden. Logisch dat niet iedere losse flodder op een warm onthaal kan rekenen, maar je zult maar net dat ene gouden idee mislopen.

Doorzettingsvermogen nodig
De mensen die écht een goed idee hebben, moeten in ieder geval het nodige doorzettingsvermogen ontwikkelen. Beroemd is het verhaal van Arthur Fry, de uitvinder van de post-it blaadjes. De marketingafdeling zag aanvankelijk helemaal niets in dit idee. Fry liet in het geheim en op eigen kosten een voorraad post-it-blaadjes maken. Hij gaf deze post-its aan de secretaresses van de directie van 3M, die de blaadjes vervolgens met groot enthousiasme gingen gebruiken. Na een poosje kwam een directeur zelf om de post-its vragen. Dát was het moment dat eindelijk het besluit viel om de post-its in productie te nemen.

Vergiffenis is gemakkelijker dan toestemming
Hoogleraar Matthieu Weggeman (kennis- en innovatiemanagement) stelt in Intermediair dat in dit soort gevallen enige burgerlijke ongehoorzaamheid onvermijdelijk is. Wie een idee heeft waar hij echt in gelooft, moet dat gewoon gaan uitwerken. Het is gemakkelijker te vragen om vergiffenis dan om te vragen voor toestemming.

Wat kunnen organisaties hier nou van leren? Ze moeten in ieder geval kijken naar de fanatieke werkers, die ook in hun privétijd met 'dingetjes' bezig zijn. Daar zitten de echt betrokken mensen, die méér willen dan alleen maar de doelen uit het doelengesprek te halen. Het stellen van doelen is sowieso niet erg productief om een organisatie vooruit te helpen, want die werken middelmatigheid in de hand. Een target moet immers wel gehaald worden, dus is het voor veel werknemers veiliger om een doel te kiezen dat vooral haalbaar is.

Een mooi idee zet de bedenker in vuur en vlam. Het is eenzelfde soort gevoel als verliefdheid. Het zou me niet verbazen als dezelfde soort hormonen aan het werk zijn. En die zouden ook wel eens de stuwkracht kunnen verklaren van ideeënmakers om ervoor te zorgen dat de liefde eindelijk beantwoord wordt!

Monday, December 15, 2008

Meer voedselschaarste


Een evenement is niet compleet zonder hamburgertent, friet- of poffertjeskraam. In ieder winkelcentrum of treinstation hoef je maar een klein stukje te lopen naar een plek waar je je eetlust onmiddellijk kunt bevredigen. Voedsel is altijd binnen handbereik, zo leren we al op jonge leeftijd. Vrijwel geen enkele moeder gaat zonder een voorraad koekjes en drinkflesjes in de buggy de deur uit, zodat iedere dringende hongeraanval van de peuter direct gestild kan worden.

Na een jaartje of veertig van welvaart en overvloed heeft ons menselijke systeem nog steeds niet in de gaten dat de omstandigheden inmiddels drastisch veranderd zijn. We gedragen ons net zo als in onze holbewonerstijd, toen het belangrijk was om in schaarste te overleven. Want nog steeds hebben we de drang om op te eten wat we tegenkomen, want je weet maar nooit of er morgen nog wat is.

Versnelde evolutie dringend nodig
Die dingen werkten toen er schaarste was, maar met de overvloed van nu ontspoort het systeem. Vooral deze tijd van het jaar, met alle decemberfeesten en bijbehorende eetfestijnen. Het oliebollenvet was ooit misschien belangrijk om ons getaande lijf te beschermen tegen strenge winterkou, maar sinds de intrede van de kwakkelwinters redden we het ook wel zonder winterslaap en extra huidlagen. Een versnelde evolutie is dus dringend gewenst.

Terwijl de chocoladeletters van het Sinterklaasfeest nog in de kast opgestapeld staan, staat de volgende voedselpiek weer voor de deur. Komend weekeinde geven we gemiddeld zo’n 85 euro uit aan een klassiek driegangen-kerstmenu of anders de gerechtjes voor gourmet, steengrill, kaas- of vleesfondue, blijkt uit het jaarlijkse marktonderzoek 'Hoe eet Nederland met kerst' van Albert Heijn. Om de inkooppiek op 23 december te mijden, is menigeen nu al aan het inslaan. En dan nog zullen velen op de dag vóór kerst nog enkele winkels bezoeken voor de verse spullen en vergeten etenswaren. Want daarna zijn de winkels maar liefst twéé dagen dicht!

Als we niet hoeven te bewegen, doen we het niet
Ons menselijke systeem zorgt er niet alleen voor dat we zoveel mogelijk eten wat we tegenkomen, maar ook dat we onze energie sparen. Als we niet hoeven te bewegen, doen we het niet, want je zou toch maar ineens moeten vluchten voor een holenbeer. Het druist dus wel heel erg tegen onze natuur in om tijdens de kerstdagen eens lekker actief te doen.

Ik zie maar twee oplossingen. Of onmiddellijk een strenge winter, zodat we wel moeten gaan schaatsen. Of de supermarkten nog veel meer dagen dichthouden, zodat we een heel eind moeten lopen naar de dichtstbijzijnde avondwinkel.

Meer voedselschaarste


Een evenement is niet compleet zonder hamburgertent, friet- of poffertjeskraam. In ieder winkelcentrum of treinstation hoef je maar een klein stukje te lopen naar een plek waar je je eetlust onmiddellijk kunt bevredigen. Voedsel is altijd binnen handbereik, zo leren we al op jonge leeftijd. Vrijwel geen enkele moeder gaat zonder een voorraad koekjes en drinkflesjes in de buggy de deur uit, zodat iedere dringende hongeraanval van de peuter direct gestild kan worden.

Na een jaartje of veertig van welvaart en overvloed heeft ons menselijke systeem nog steeds niet in de gaten dat de omstandigheden inmiddels drastisch veranderd zijn. We gedragen ons net zo als in onze holbewonerstijd, toen het belangrijk was om in schaarste te overleven. Want nog steeds hebben we de drang om op te eten wat we tegenkomen, want je weet maar nooit of er morgen nog wat is.

Versnelde evolutie dringend nodig
Die dingen werkten toen er schaarste was, maar met de overvloed van nu ontspoort het systeem. Vooral deze tijd van het jaar, met alle decemberfeesten en bijbehorende eetfestijnen. Het oliebollenvet was ooit misschien belangrijk om ons getaande lijf te beschermen tegen strenge winterkou, maar sinds de intrede van de kwakkelwinters redden we het ook wel zonder winterslaap en extra huidlagen. Een versnelde evolutie is dus dringend gewenst.

Terwijl de chocoladeletters van het Sinterklaasfeest nog in de kast opgestapeld staan, staat de volgende voedselpiek weer voor de deur. Komend weekeinde geven we gemiddeld zo’n 85 euro uit aan een klassiek driegangen-kerstmenu of anders de gerechtjes voor gourmet, steengrill, kaas- of vleesfondue, blijkt uit het jaarlijkse marktonderzoek 'Hoe eet Nederland met kerst' van Albert Heijn. Om de inkooppiek op 23 december te mijden, is menigeen nu al aan het inslaan. En dan nog zullen velen op de dag vóór kerst nog enkele winkels bezoeken voor de verse spullen en vergeten etenswaren. Want daarna zijn de winkels maar liefst twéé dagen dicht!

Als we niet hoeven te bewegen, doen we het niet
Ons menselijke systeem zorgt er niet alleen voor dat we zoveel mogelijk eten wat we tegenkomen, maar ook dat we onze energie sparen. Als we niet hoeven te bewegen, doen we het niet, want je zou toch maar ineens moeten vluchten voor een holenbeer. Het druist dus wel heel erg tegen onze natuur in om tijdens de kerstdagen eens lekker actief te doen.

Ik zie maar twee oplossingen. Of onmiddellijk een strenge winter, zodat we wel moeten gaan schaatsen. Of de supermarkten nog veel meer dagen dichthouden, zodat we een heel eind moeten lopen naar de dichtstbijzijnde avondwinkel.